De Tweede Kamer voerde een fel debat over een lintje.
Vijf lintjes, om precies te zijn. En daar wordt nu de eenheid van het kabinet aan opgehangen. Wat begon met een beschamende weigering van minister Faber om vrijwilligers in de vluchtelingenopvang een koninklijke onderscheiding te geven, is uitgegroeid tot een mediaspektakel van nationale proporties. De krantenkoppen staan vol en er hing een motie van wantrouwen in de lucht – niet vanwege mensenrechtenschendingen of fundamentele aantasting van de rechtsstaat, maar vanwege symboliek.
We verliezen onszelf in politieke schijngevechten. In framing, verontwaardiging en morele helderheid die zelden verder reikt dan een soundbite. Want iedereen begrijpt wat een lintje is. Het is overzichtelijk, emotioneel veilig, en moreel eenduidig. Je kunt makkelijk partij kiezen, zonder je te hoeven verhouden tot complexe verdragen, pijnlijke keuzes of structurele ongelijkheid. Niemand brandt zich aan de realiteit van armoede, oorlog of falende zorg – zolang we het kunnen hebben over symbolen.
Maar juist die afleiding is een probleem.
Minister Faber heeft een instrument dat bedoeld is voor boven-politieke waardering veranderd in een podium voor ideologische uitsluiting. Ze gebruikt het lintje niet om te verbinden, maar om te verdelen. En dat is kwalijk – maar nog kwalijker is hoe gretig media en politiek zich laten meeslepen in haar frame. Terwijl vrijwilligers in asielzoekerscentra onder moeilijke omstandigheden hun werk doen, discussiëren wij over hun erkenning in plaats van hun omstandigheden. Terwijl Gaza in puin ligt, praten we over de morele grenzen van een onderscheiding – en verschuiven we de werkelijke grenzen van menselijkheid en verantwoordelijkheid steeds verder.
Dit is geen toeval. Schijngevechten krijgen ruimte omdat ze politiek rendement opleveren. Ze suggereren daadkracht zonder lastige keuzes. Ze geven journalisten koppen zonder context. En ze stellen kiezers gerust zonder dat er iets verandert. Maar ondertussen schuift de aandacht weg van de kern: de mensen zonder huis, zonder status, zonder stem. De mensen die de gevolgen van falend beleid dragen terwijl Den Haag zich bezighoudt met toneel.
Dat is geen bestuur, maar een afleidingstactiek.
Democratie vraagt om meer. Om journalistiek die verder kijkt dan frames en symboolpolitiek. Om bestuur die zich richt op oplossingen in plaats van op verontwaardiging. En om een samenleving die begrijpt dat echte waardigheid niet in een lintje zit, maar in beleid dat beschermt, ondersteunt en recht doet aan mensenlevens.
Zolang we blijven doen alsof symboliek hetzelfde is als bestuur, zal de werkelijkheid blijven branden terwijl de politiek theater speelt. Geef die vrijwilligers hun lintje – natuurlijk – en ga daarna écht aan het werk.